Nieuws
Darde Klokke in Groningen,14-4-2012

 klik hier voor fotoreportage. 

 

De Darde Klokke in oud Groningen

 
Het oude centrum van Groningen en de Groninger gasthuizen was zaterdag 14 april 2012 de bestemming van het reisje van de medewerkers van De Darde Klokke. Na afloop waren de deelnemers erg onder de indruk en hadden vooraf niet kunnen bedenken dat Groningen zo mooi was met zoveel historische gebouwen.
 
 
 
Met de auto naar Hoogeveen werd vanuit Hoogeveen de reis per spoor voortgezet. Bij aankomt werd de hal bekeken.
In de Jugendstil stationshal bevinden zich tegeltableaus met afbeeldingen van Arbeid, Tijd, Post Telegrafie en de Groninger stedenmaagd. Gebouwd in 1896, gerestaureerd in 1999.
Voor het station staat het Peerd van Ome Loeks.
Te voet ging het groepje van ongeveer twintig personen verder naar het Gronings museum. De bijzonder gevormde paviljoens van het Groninger Museum zijn sinds 1994 omringd door water. Bij het hoofdgebouw de grote vierkante goudgele toren. Dit is het depot van het museum. De kleur refereert aan het Gronings Goud, de schat die de museumcollectie eigenlijk is.
Groningen kende vroeger een grote Joodse gemeenschap. In deze Joodse buurt een synagoge (rechts), in 1906 gebouwd in Moorse stijl.
Links op de hoek het oudste café van de stad. Huis de Beurs, daterend van 1795. Daar werd een heerlijke kop koffie gedronken.
.
Op de Vismarkt staat links de Korenbeurs, gebouwd in 1865 en versierd met drie beelden: Mercurius, (de Romeinse god van handel en winst) Neptunes (god voor water en zee) en Ceres (god van de landbouw). Nu biedt het ruimte aan een AH-supermarkt.
De rij ramen boven in de zijgevels boden veel daglicht om het graan te keuren.
Op deze plek werd al sinds 1750 graan verhandeld.
 
De 15e eeuwse Aa-kerk in de oude havenbuurt was de volgende stop. De toren werd in 1718 herbouwd. Aan de zijgevel, waar vroeger godsdienstlessen werden gegeven bevindt zich Het Hanzehuis, een winkel met lekkernijen uit overgrootmoeders tijd. Er was voor de groep een proeverij georganiseerd en er werd uitleg gegeven over het ontstaan van de Hanze.
Het A-Kerkhof  was vroeger dé plek waar Groninger kooplieden hun waren verhandelden. Groningen maakte deel uit van de Hanze, een handelsverbond van 208 steden in 13 Europese landen. Handelswaar uit heel Europa werd aangevoerd tot aan de voet van de Aa-kerk.
De kerk wordt tegenwoordig alleen nog gebruikt voor concerten en tentoonstellingen.
 
Daarna werd even stil gestaan bij het Noordelijk Scheepvaartmuseum, gevestigd in twee van oorsprong middeleeuwse panden, toen Groningen een belangrijke plaats innam in de Hanze. De koopmanswoning heeft nog zijn voorgevels uit de 15e of begin 16e eeuw.
De vele pakhuizen aan de oude haven laten zien dat Groningen in de middeleeuwen een belangrijke handels- en Hanzestad was. Er waren veel bierbrouwerijen.
 
Via de Vismarkt werd de wandeling richting Martinitoren gemaakt. Achter het stadhuis, op het Waagplein, bevindt zich het Goudkantoor uit 1635. De Latijnse gevelspreuk ‘Geeft de keizer wat des keizers is’ geeft aan dat het een belastingkantoor was.
 
Het neo classicistische stadhuis dateert uit 1810. In de achtergevel zijn kogelgaten te zien die getuigen van de strijd tijdens de bevrijding van de stad in 1945, waardoor de Grote Markt grotendeels in puin lag.
 
Ook het café De Drie Gezusters werd bezocht. De horecapanden behoorden ooit tot het imperium van Sjoerd Kooistra, die in Groningen 19 adressen had en zijn caféformule in meerdere plaatsen in het land hanteerde.
Na zijn faillissement en overlijden (met een schuld van 150 miljoen) behoren deze panden nu toe aan de Vastgoed Horeca Groningen BV, die met 40 miljoen het project nieuw leven heeft ingeblazen, nadat Heineken eerder dreigde de kroegen droog te leggen.
 
 
Martinikerk. De 97 meter hoge Martinitoren, genoemd naar de schutspatroon van de stad Sint Maarten, wordt door de kleur van het verweerde zandsteen ook wel d’ Olde Grieze genoemd. De toren is te beklimmen.
Het orgel van de 15e eeuwse gotische Martinikerk dateert van voor 1450 en is een van de oudste instrumenten van ons land. In de middeleeuwen werd de kerk veel door pelgrims bezocht omwille van een relikwie, de arm van Johannes de Doper.
 
Het Provinciehuis is gehuisvest in het Huis met de Drie Koningskoppen, gebouwd in 1559. In het achterste deel bevond zich de Latijnse school.
 
Aan de Martini Kerkhof bevindt zich de Prinsenhof. Dit 15e eeuwse complex is in gebruik geweest als bisschopszetel, stadhouderlijk paleis, militair hospitaal en kazerne.
De Prinsentuin is aangelegd in 1626. De buxustuin laat de initialen van stadhouder Willem Frederik en zijn vrouw Albertine Agnes zien,
Deze renaissancetuin bestaat onder andere uit een rozentuin, een kruidentuin en een gedeelte met berceaus.
De tuin is aan de kant van de Turfsingel afsloten door middel van een hoge muur. Aan één zijde is nog een stukje van het blauwe muurtje te zien, dat ooit weer bovenop deze muur stond. Het blauwe muurtje, dat in de Franse tijd is aangebracht, moest voorkomen dat men drank over de muur gooide toen de Prinsenhof een militair hospitaal was.
In de muur aan de Turfsingel bevindt zich de uit 1731 daterende Zonnewijzerpoort, die in 1953 werd hersteld. De poort ontleent zijn naam aan de zonnewijzer die erboven is aangebracht. De Latijnse tekst bij de zonnewijzer betekent: De vergane tijd is niets, de toekomende onzeker, de huidige wankel. Zorg dat je die van jou niet verspilt.
In de tuin bevindt zich een theeschenkerij, die bij mooi weer geopend is.
De Prinsentuin is verder bekend vanwege het jaarlijkse evenement Dichters in de Prinsentuin waarbij bekende en onbekende dichters hun werk voorlezen in de openlucht.
 
 
Het Aaffien Olthofsgasthuis (ook Vrouw Wilsoorgasthuis) gelegen aan de Kattenhage werd gesticht uit de nalatenschap van Af(f)ijn Wilsoor, echtgenote van Jan Olthof. Vrouwe Wolsoor overleed in 1766, het gasthuis, bedoeld voor drie vrouwen, kwam een jaar later gereed. Het werd in 1861 en 1901 nog uitgebreid met beide buurpanden.
De karakteristieke lage witte huisjes werden in 1975 aangekocht door de BV Stadsherstel die ze restaureerde. Daarna werden alle huisjes verkocht aan particulieren
 
Het provinciaal oorlogsmonument Sint Joris en de Draak werd bekeken. Een heerlijke broodmaaltijd met de bekende Groninger mosterdsoep stond klaar in het historische pand het Feithhuis, waar ooit de priesters van de Martiniekerk hebben gewoond.
 
Sinds de jaren zestig is in de Poelstraat en de dwars daarop liggende Peperstraat het uitgaansleven van Groningen geconcentreerd. Het woord “Poel” duidt waarschijnlijk op het hoogteverschil in de straat.
Via een klein toegangspoortje in de Peperstraat werd het Pepergasthuis bezocht. Dit huis is in 1405 gesticht als instelling van liefdadigheid voor armen, zieken en pelgrims door vader en zoon Solleder. In het hofje bevinden zich een kerk, eetzaal, voogdenkamer en de armenhuisjes.
Oorspronkelijk diende het als gasthuis voor pelgrims die naar Groningen kwamen. In de Martinikerk werd een relikwie bewaard van Johannes de Doper, dat zeer veel pelgrims naar Groningen lokte. Vanwege die bestemming werd de kapel, die in 1482 bij het gasthuis werd gebouwd, vernoemd naar Gertrudis van Nijvel, die als beschermheilige van de reiziger gezien werd.
Het Pepergasthuis verwierf veel landerijen in de omgeving van de stad, met name in Heidenschap en Beijum. De parochiekerk van Heidenschap en de kapel te Beijum werden vóór 1500 ingelijfd in het gasthuis. De priester trad vermoedelijk op als dorpspastoor van Heidenschap tot afbraak van het dorpskerkje in 1589.
Toen Groningen in 1594 werd veroverd door Prins Maurits en weer lid werd van de Unie van Utrecht kreeg het complex, zoals alle katholieke gebouwen, een nieuwe bestemming. Het gasthuis werd een wooncomplex voor oudere stadjers. Groningers van 50 jaar en ouder konden zich inkopen in het gasthuis. Zij kregen dan tot hun dood niet alleen huisvesting, maar ook verzorging. De bewoners werden conventuelen genoemd.
Daarnaast werd een deel van het complex ingericht als dolhuis. De arme zielen die hier terecht kwamen konden op zondag tegen betaling bezichtigd worden. In 1702 verhuisden de dollen naar een nieuw gasthuis, het Sint-Anthonie Gasthuis aan de Rademarkt.
Het complex is meerdere malen uitgebreid, voor het laatst in 1861.
In de loop van de twintigste eeuw kwamen steeds meer woningen in het complex leeg te staan. De inkoopsom bleek steeds meer een barrière. In 1954 werd daarom besloten dat de woningen ook gehuurd konden worden, waarna de leegstand snel verdween.
Stichting Stadsherstel Groningen, later opgegaan in wooncorporatie Lefier StadGroningen, nam het complex in 1989 over en liet de woningen grondig restaureren.
De kapel is sinds 1991 in gebruik voor oecumenische diensten. In de oude eetzaal kan gehuwd worden. De woningen worden nu verhuurd door een woningcorporatie (Lefier) en zijn zeer in trek.
 
 
 Via de steeg bij de Ierse Pub O’ Ceallaigh waar alle traditionele Ierse dranken geschonken worden ging het gezelschap naar het Sint Anthony Gasthuis. Dit gasthuis ligt aan de Rademarkt tegenover het hoofdbureau van politie.
Het gasthuis is gesticht in 1517. Er is geen stichtingsbrief bekend, aannemelijk is dat het gesticht is door het stadsbestuur. Het lag aan de rand van de toenmalige stad, tegen de stadsmuur aan. Die locatie zal bewust gekozen zijn, omdat het oorspronkelijk ook diende als pesthuis. Later kreeg het ook de functie van dolhuis, welke functie het complex tot 1844 heeft gehad. Een deel van de inkomsten kwam van de stadjers die zondags tegen betaling naar de gekken of dollen kwamen kijken. Na 1844 werd het een gasthuis voor ouden van dagen. In 1927 werd het complex nog uitgebreid. Tegenwoordig zijn de woningen beschikbaar voor alle leeftijden.
 
Aan de overkant het Sint Jozef kathedraal werd gebouwd aan het einde van de 19e eeuw, in de tijd dat de stad zich sterk uitbreidde. De toren wordt ook wel de Dronkemanstoren genoemd omdat men altijd twee wijzerplaten – en dus dubbel – ziet.
 
Daarna werd gewandeld over de Heerensingel. De singels vormen een representatieve entree van de stad. Er staan fraaie herenhuizen met versieringen, balkons en veel gietijzeren hekken. In de middenberm staan enorme kastanjebomen.
Links in de groenstrook staat het oorlogsmonument De Boom.
 
Op het Hereplein staat een gebeeldhouwde versie van ‘Langs moeders graf’ van de schilder Jozef Israëls. Het glazen paviljoen is bestemd voor kunstexposities.
 
Het robuuste gebouw aan het begin van de Herestraat is gebouwd tussen 1905 en 1910 in de stijl van de Amsterdamse School. De invloed van architect Berlage is duidelijk te zien aan de hoekige vormen, het vierkante torentje en de oranje stenen.
 
Bijna onzichtbaar en als je het niet weet wandel je het voorbij: het Heilige Geest Gasthuis, in de 13e eeuw gesticht door de Orde van de Heilig Geest voor de verzorging van armen, zieken en ouderen.
De Groningse gasthuizen waren oorspronkelijk bedoeld voor de huisvesting van armen, vreemdelingen en zieken. Kinderloze echtparen vermaakten hun eigendommen aan een stichting. Zo verrichtten zij een goede daad tot Gods eer. Na hun dood werden ze in gebeden herdacht.
 
Na koffie in de stationsrestauratie werd om half vier de terugreis Ommen gemaakt.
 
 
tekst: Harry Woertink
foto´s: Hans Steen

 


Reacties | Plaats uw reactie


Op dit nieuws bericht zijn nog geen reacties geplaatst